|
![]() |
|||
| Geschiedenis | |||
1908: Pieter van der Veen Rzn., die in 1900 naar Bedum was gekomen om bij koperslagerij Bodewes de rijwielreparatie ter hand te nemen, begint voor zichzelf in een schuur aan de achterzijde van zijn woning. Hier produceert hij het "BEDUM" rijwiel, werkt als koperslager, verkoopt, repareert, vernikkelt en lakt diverse onderdelen.
|
|
||
| 1911:
Was het eerst P. van der Veen Rzn., koperslager en rijwielfabrikant, nu krijgt de zaak een
echte naam, de rijwielenfabriek "BEDUM". In 1912 betaal je voor een nieuw
"BEDUM" rijwiel f 40,- met 1 jaar garantie. 1917: Van der Veen bouwt een nieuwe fabriek aan de Noordwolderweg, de rijwielenfabriek Veeno. Veeno is ontstaan uit de naam Van der Veen + achtervoegsel "o". De naam "BEDUM" was niet meer toegestaan omdat het een plaatsnaam betrof. Wel moest de naam uit 5 letters bestaan, dit met het oog op de ruimte op alle onderdelen. In dit nieuwe gebouw beschikt men over een nikkelinrichting, een emailinrichting, een zandblaasmachine, een auto- en motorengarage en een magazijn. Tevens is het mogelijk om "voor autoritten" een auto te huren. |
|||
| 1920:
Het bedrijf wordt omgezet in een naamloze vennootschap, de N.V. Rijwielenfabriek Veeno. 1921: Veeno maakt zes modellen (Express, Luxe A, Model A, Model B, Model C1 en Model C2) in heren- en damesuitvoering. Het bedrijf wordt in dit jaar uitgebreid, daarna ook nog in 1928, 1930, 1939 en 1957. 1923: Veeno introduceert het model Truck.
|
![]()
|
||
| 1931:
Veeno kan door het in gebruik stellen van een moderne verchroominstallatie de vernikkelde
delen in verchroomde uitvoering leveren. Vanaf ca. 1933 worden zogenaamde
Priesterrijwielen aangeboden. Dit zijn damesrijwielen met een langer frame dan een normaal
rijwiel, zodat de nonnen en priesters hun lange rokken beter kwijt kunnen. In de jaren 30 doen de transportdriewielers hun intrede. Deze kunnen geleverd worden als los onderstel, met open bak (de gewone bakfiets) , met gesloten bak (de bakkerskar) en bovendien ook met hulpmotor.
|
|||
![]() Tweewieler-bakfiets
van Veeno, vergelijkbaar met de Deense "Long John".
|
|||
| Nieuwe
rijwielmodellen in die tijd zijn de Veeno "Tors" en de Veeno "Holfa"
(= Hollands Fabrikaat). In 1936 stelt Veeno fietsen beschikbaar aan de twee Nederlanders Gerard Monnink en Toon Damhuis, die met een tent maar zónder landkaart naar Palestina en Egypte fietsen. Monnink schrijft zijn belevenissen op en publiceert deze later in boekvorm onder de titel "Met fiets en tent naar de Oriënt". 1940: In een brief van 30 september worden de klanten van Veeno beleefd verzocht om zo weinig mogelijk te bestellen. Dit heeft natuurlijk alles te maken met de oorlog. Net als andere bedrijven kan Veeno moeilijk aan materiaal komen. In deze periode wordt de gehele Veeno fabriek leeg gehaald door de Duitse bezetter. 1953: R.J. van der Veen, zoon van de oprichter, wordt mede-directeur van Veeno. 1958: Juist in het jubileumjaar 1958 overlijdt P. van der Veen Rzn., de oprichter en directeur, op de leeftijd van 73 jaar. Naar aanleiding van deze trieste gebeurtenis wordt uiteraard afgezien van het jubileumfeest. De beginjaren '60 zijn qua produktie de
beste jaren voor de Veeno fabriek. Het Veeno rijwiel heeft een zeer goede naam en de
rijwielen nemen in heel Nederland gretig aftrek. Er werken op een gegeven moment meer dan
100 personeelsleden en de produktie ligt bij 10.000 rijwielen per jaar. Bekende modellen
uit die periode zijn de Rocket, Spirit, Veenolita en Toer Populair. 1967: Ook deze reddingspoging wil niet lukken. Op 10 februari 1967 wordt het faillissement van de N.V. Rijwielenfabriek Veeno uitgesproken.
|
|||
|
Veeno met Tors-voorvork |
|||
| De
naam Veeno wordt samen met de namen Veenolite, Tors, Rocket, Holfa en Truck overgenomen
door Rijwielfabriek De Wilde (Nieuwe Niedorp). Deze framebouwer
gaat eind 1977 failliet. Daarna neemt Van der Sluis (Surhuisterveen) de rechten over, maar
het bedrijf gaat in 1982 door brand eveneens failliet. De resten worden overgenomen door
Rivel (Surhuisterveen), dat in 1993 op zijn beurt door Union wordt overgenomen. De
Veeno-fietsen van tegenwoordig worden gemaakt bij Union en worden verkocht via de
"Tweewieler Inkoop- en marketing Combinatie" TWICO, een
detailhandelsorganisatie. |
|||
Veeno was weliswaar geen van de echt grote bedrijven maar hoeft zich voor de kwaliteit van de geproduceerde fietsen bepaald niet te schamen. Aan de hand van een aantal details van Veeno-fietsen uit de jaren '50 en '60 is te zien, dat het om een conservatieve fabrikant gaat. Zo bleef men tot ca. 1964 toerfietsen met de degelijke 45-mm-trapas maken; alleen Gazelle deed hier bijna even lang aan mee, bij transportfietsen zelfs nog iets langer. Ook de voorvork met dichte uiteinden (oogjes) is bij geen ander merk zo lang te vinden: tot ca. 1960. Ten slotte zijn er door Veeno tot ca. 1960 vrijwel uitsluitend toerfietsen gemaakt in plaats van de goedkopere kleinere wielmaten.
|
|||
| Framenummers | |||
Zo ver mijn gegevens terug reiken heeft Veeno tot aan het faillissement maar één nummerserie toegepast, en wel gewoon oplopend tot ca. 240.000 in 1967.
|
|||
| Bron | |||
De informatie over Veeno is voor het grootste gedeelte afkomstig van dhr. T.J. Matthijs uit Bedum. Hij verzamelt documentatie- en reclamemateriaal over Veeno, zoals folders, speldjes, transfers, kalenders, emailleborden ezv. Als u iets interessants voor hem heeft of weet kunt u hem graag na 18.00 uur bellen: 050-3014870. |
|||
Heeft u zelf een oude Veeno-fiets? Geef hem dan op voor de fietsendatabank! Meer informatie over deze databank vindt u hier.
Copyright by Theo
Matthijs and Herbert Kuner, © 1999 ...
All rights reserved.
Last update: 01-01-05