|
|
||
| De Hollandsche Patent Metaalindustrie | ||
Rustige jaren
dertig
|
||
Advertentie uit "De
Nederlandsche Rijwielhandel", 11 maart 1932:
|
||
| De
belangrijkste tak en financiële steunpilaar van de onderneming bleef echter de fabricage
van rijwielonderdelen. De Hopmi vervaardigde diverse soorten sloten, bagagedragers,
achterlichten (die in de jaren dertig wettig verplicht werden), reflectoren, zadels en
belastingplaathouders. De productie beperkte zich daarmee tot het verwerken van buis- en
plaatmateriaal, waardoor het machinepark overzichtelijk bleef. In de afdeling stamperij
werden met behulp van matrijzen de benodigde vormen uit het ruwe plaatmateriaal gestanst
en op een zetbank verder bewerkt. Daarnaast was er een eigen lakkerij (aan de overkant in
de Oranjestraat), een nikkelkamer en een magazijn. De bagagedragers werden aan een lopende
band gemonteerd. De lichte montage (sloten) gebeurde op de tweede verdieping die in één
helft van de hal aangelegd was. Hier werkten vanaf eind jaren dertig ook jonge vrouwen. In
totaal stonden in die tijd ca. 30 à 40 mensen op de loonlijst, waarvan veel Wijk C'ers. De Hopmi kreeg in de jaren dertig een aantal octrooien toegekend. Zo werd in 1931 een octrooi voor een belastingplaathouder aangevraagd. Aangezien in Nederland al vanaf 1924 rijwielbelasting werd geheven, was de Hopmi daarmee erg laat. In 1933 werd op naam van Herke Tulp een octrooi aangevraagd voor een bagagedrager met gecombineerde opklapbare standaard. Het bijzondere hiervan was, dat de standaard in uitgeklapte stand door middel van een combinatieslot vergrendeld kon worden. Het aantal permutaties van het slot van deze "Super Lock" bagagedragers was 7^3 = 343. |
||
![]() In 1935 vroeg de Hopmi voor het eerst een octrooi aan op een ring-combinatieslot, in 1936 kwam het slot op de markt. Bij dit slot valt de lange, gebogen hendel op waarmee de schoot comfortabel tussen de spaken door dichtgeschoven kon worden. Het huis van de schoot kon zodoende als gesloten buis uitgevoerd worden waardoor het slot beter beschermd was tegen vuil. In 1937 werd een vernieuwde versie van dit slot geïntroduceerd, waarbij het combinatieslot vervangen werd door een cilinderslot. Daarmee week de Hopmi voor het eerst af van het principe van een rijwielslot zonder sleutel. Hopmi-rijwielsloten waren duur. De inkoopprijs voor fietsenmakers voor een Hopmi-ringslot lag in 1939 bij f 1,30. Concurrent Van Leeuwen uit Veenendaal (beter bekend als producent van de latere AXA-sloten) verkocht ringsloten onder het merk Haha voor 60 - 70 cent. Omdat deze sloten een sleutel hadden i.p.v. een cijfercombinatie, hadden ze maar 20 tot 30 permutaties en dat was één reden voor de lage prijs. Een Hopmi-klokslot kostte eind jaren dertig ruim f 2,-. Maar je kon ook een eenvoudiger klokslot onder andere naam voor minder dan een gulden kopen. Alleen het Hopmi-vorkslot was met 57 cent inkoop gunstig geprijsd. Ook bij de bagagedragers lette de Hopmi in de eerste plaats op de kwaliteit en minder op de kosten. Een pluspunt van de Hopmi-dragers was de oppervlaktebehandeling: de moffellak moest er stevig op de buizen zitten, en de Hopmi kon dat door de eigen lakkerij garanderen.
|
||
|
||
| Bewogen oorlogsjaren De bezetting van Nederland door de Duitse Wehrmacht in mei 1940 had voor de Hopmi ingrijpende consequenties. Willem van Laar en zijn schoonzoon Fred Meyers waren joods en moesten zich vanaf 1940/1941 schuil gaan houden. De Hopmi werd als "kriegswichtiger Betrieb" gekwalificeerd en ging volop fietssloten en hang- en sluitwerk maken, die naar Duitsland werden vervoerd. De meubelafdeling werd voorgoed gesloten.
|
||
Hopmi-eigenaar Willem
van Laar in de fabriek, ca. 1939
|
||
In het eerste jaar van de oorlog zag de
Hopmi nog kans, om voor de Nederlandse markt een ringslot onder het merk "OZO"
te maken. De letters stonden voor de leus "Oranje zal overwinnen", die in het
geniep als groet werd gebruikt. Het OZO-slot werd bovendien in een rood-wit-blauw doosje
verkocht. In november 1940 volstond het NSB-blad "Volk en Vaderland" in een
reactie hierop nog met het cynische commentaar: "Werkelijk, van de N.V. Slotenfabriek
'Hopmi' te Utrecht een origineele vondst!" In augustus 1941 kreeg de fabrikant van de
Duitse politie echter het bevel alle OZO-sloten uit de handel te nemen.
|
||
Bedrijfsleider Herke
Tulp (rechts) in de stempelmakerij, ca. 1954. De twee andere
|
||
| De situatie
veranderde pas na "dolle dinsdag" (5 september 1944). Er kwam een
"Sprengtruppe" die een aantal essentiële machines en electriciteitskasten
opblies. Niet veel later werd een groot deel van de machines van de Hopmi naar Duitsland
afgevoerd omdat ze daar zogenaamd veiliger stonden. Een aantal medewerkers sneed toen nog
van tevoren met scherpe messen de drijfriemen van de machines los. De riemen werden
eerlijk verdeeld, want daarmee konden weer schoenzolen gerepareerd worden. De productie van fietssloten stortte zodoende in november 1944 in elkaar. In plaats daarvan werden tijdens de hongerwinter nog zogenaamde noodkacheltjes geproduceerd, waarop men water of kleine hoeveelheden etenswaren kon koken. Deze werden door het personeel gebruikt om ze voor b.v. boter of eieren in te ruilen. Op deze manier sleepte zich de Hopmi door de laatste oorlogsmaanden.
|
||
Copyright by
Herbert Kuner, © 2003 ...
All rights reserved.
Last update: 17-06-04