|
![]() |
||
|
Firma A.C. Koot - fietsverlichting van Leko tot iku |
||
|
De geschiedenis van de firma A.C. Koot zit vol wisselingen en veranderingen en reikt van een kleine werkplaats voor radio-onderdelen in de Utrechtse wijk Wittevrouwen tot de dochteronderneming van een Amerikaans concern die vanuit een industriegebied in Montfoort de productie van actuatoren voor autospiegels verzorgt. Daartussen lag een langere periode waarin de firma Koot ook fiets- en bromfietsonderdelen produceerde, zoals de bekende Lucia fietsverlichting of de iku kilometertellers. Leko
|
||
|
||
Deze moeilijke periode leidde ertoe dat
A.C. Koot uit het bedrijf stapte om voor zichzelf verder te gaan. Zijn plaats werd ingenomen door de nieuwe
directeur W.M. Tonnon. In de volgende jaren ging het met Leko weer vooruit. Begin 1937 verschenen de eerste advertenties
in De Nederlandsche Rijwielhandel. Lehmann maakte daarin reclame voor de Leko Super rijwiellamp met een sterke 3-Watt-dynamo
die naast de schijnwerper ook een Leko-achterlicht kon voeden. Daarmee liep Lehmann vooruit op de invoering van het
wettelijk verplichte achterlicht per 1 januari 1938.
In dat jaar kwam Leko met een schijnwerper die voorzien was van een rood verklikkerlampje
dat verbonden was met het achterlicht. Bij de overige produkten van de Leko-fabriek hoorden toen stofzuigers,
vloerzijlwrijvers, elektrische zoemers, de Leko-Bromo-messenslijpmachine en kleinmotoren, enkele jaren later ook
strijkijzers, elektrische kookplaten en kleine ventilatoren. Naast Leko voerde men voor fietsverlichting en stofzuigers
ook het merk Seller. Van 1938 en 1939 dateren twee Leko-octrooien voor een fietsdynamo en een stofzuiger.
|
||
|
Fako - de firma A.C. Koot
|
|||
|
|||
| Toen het schaatsseizoen voorbij was had Koot
moeite om andere producten te vinden die de fabriek, waar naast enkele werknemers ook zijn vrouw meehielp, het hele jaar door
draaiende konden houden. Een richtingaanwijzer voor fietsen vond te weinig aftrek. Andere produkten konden deels vanwege de
beperkte financiële en productiemogelijkheden niet gemaakt worden. Met wat opdrachten van derden hield men het hoofd moeizaam
boven water. Het begon pas weer financieel beter te gaan toen het wettelijk verplichte achterlicht in zicht kwam. Elke nieuwe en oude fiets moest een achterlicht krijgen, en dat bood volop afzetkansen. Koot ontwikkelde in 1937 een achterlicht, kocht wat machines erbij en verhoogde het aantal medewerkers naar 14. In oktober 1937 deponeerde hij het merk Practicus, en onder die naam kwamen de nieuwe achterlichten in de handel. Er werden vele overuren gedraaid en vanwege de te krappe ruimte werd ook het naast de fabriek gelegen woonhuis van de familie Koot als magazijn en montagewerkplaats ingericht: woonkamer, keuken, gang, zolder - niets bleef gespaard. De drukte door de grote vraag naar achterlichten duurde anderhalf jaar. Toen werd het, mede door de grote concurrentie, steeds moeilijker om nog veel op de achterlichten te verdienen. Koot was op de achtergrond bezig met voorbereidingen voor de productie van zijn eerste fietslamp en dynamo, maar dat kostte nog tijd. Ter overbrugging werden slaghoedjes en andere onderdelen voor het Nederlandse leger geproduceerd, dat door de oorlogsdreiging met een verhoogde vraag zat.
|
|||
|
Uiteindelijk kreeg Koot het in 1939 alsnog voor
elkaar dat de eerste eigen fietsverlichting geproduceerd kon worden. Daarvoor moest hij enkele productiestappen uitbesteden,
en ook de verkoop werd aan een handelsfirma overgelaten die de lamp onder eigen naam op de markt bracht. Het uitbreken van de
tweede wereldoorlog in september 1939 gooide echter roet in het eten. De grote Duitse fabrikanten van fietsverlichting konden
hun voor de export naar verre landen bestemde voorraad niet meer kwijt en dumpten die ondermeer in Nederland. De prijs ging
omlaag, en Koot zegde het contract met zijn vaste afnemer uit onvrede op. Hij nam een eigen vertegenwoordiger in dienst en
probeerde zo de lampen onder het nieuwe, eigen merk "Fako" (Fa. Koot) te verkopen, wat in het begin vrij moeizaam
ging. Maar op den duur lukte het, ook door beginnende schaarste. Bovendien kwam voor de firma Koot in 1941 een nieuw artikel bij:
het Fako afschermplaatje dat ter verduistering in de koplamp achter het glas geplaatst kon worden. Deze verduistering van
voertuigverlichting was in verband met de oorlogvoering voorgeschreven. De vraag naar deze afschermplaatjes was uiteindelijk zo
groot dat Koot nieuw personeel in dienst moest nemen en met een 3-ploegen-dienst de machines 24 uur per dag moest laten draaien.
|
||
|
|||
| Hoe langer de oorlog duurde hoe moeilijker het werd
om nog aan voorraden te komen. Om materialen toegewezen te krijgen en het personeel te kunnen houden zou Koot opdrachten voor
de Wehrmacht moeten aannemen, maar dat probeerde hij zoveel mogelijk te ontwijken. Zo kwam het bedrijf vrijwel stil te liggen. In
het geheim bouwde Koot nog wat kleinschalige windgeneratoren en werden van afvalstukken blik rood-wit-blauwe en oranje speldjes
in de vorm van een margriet gemaakt, die na de bevrijding in de omgeving van Utrecht goed verkochten. Na mei 1945 moest Koot, net als andere fabrikanten ook, in Den Haag materialen toegewezen zien te krijgen. Maar de productie van fietsverlichting had nog geen hoge prioriteit, en menige fabrikant die zich tijdens de oorlog minder weerbarstig had opgesteld en daardoor nog over meer productiemiddelen beschikte, werd door Den Haag nu voorgetrokken omdat hij met minder hulp alweer een dringend benodigd artikel kon fabriceren. Zo bedacht Koot een ander artikel waarvoor hij van het Rijksbureau in Den Haag wel de nodige materialen toegewezen zou krijgen: hij bracht een offerte uit voor het produceren van oliebranders voor de seinpalen van de Nederlandse Spoorwegen en kreeg hiervoor orders. Een ander goed lopend artikel waren geoctrooieerde huishoudweegschalen die Koot in licentie ging maken. Hij slaagde er zelfs in dit artikel te exporteren, wat onder de economische omstandigheden van toen zeer welkom was. Het was voor Koot het eerste exportartikel, later zouden veel meer producten uit zijn fabriek de grens overgaan.
|
|||
|
|||
Met dit en ander werk werd de naoorloogse
schaarsteperiode overbrugd, tot geleidelijk de materiaalkrapte minder werd en Koot ook weer fietsverlichting kon gaan produceren.
De eerste naoorlogse Fako-lamp werd in 1948 met de leus "geen zon... tóch dag" aangeprezen. De vraag hierna was groot,
zodat de firma A.C. Koot al gauw weer met ruimtegebrek zat zoals ook al in 1940. Uitbreiding op de bestaande locatie was
onmogelijk, het terrein uit 1935 was inmiddels helemaal volgebouwd. Bovendien was er nog een probleem: er was in De Meern
geen vrouwelijk personeel voor het montagewerk meer te vinden, en de meisjes in Utrecht konden in de stad voldoende werk vinden
zodat ze geen reden hadden om in De Meern te komen werken.
Koot moest het op een nieuwe locatie proberen. In deze periode valt de oprichting
van een nieuw bedrijf door A.C. Koot en zijn plaatsgenoot J.M. Kluun. Met een kapitaal van f 100.000 werd in
de zomer van 1948 aan de Vogelenzangweg in Rhenen de NV Nederlandse Fabriek van Rijwielonderdelen opgericht, waarvan Kluun
directeur werd en Koot commissaris. Maar na een jaar ging deze onderneming alweer in liquidatie, over de achtergronden is niets bekend.
|
Copyright by
Herbert Kuner, © 2009 ...
All rights reserved.
Last update: 18-2-2009