|
De verlichting op het Kameel bestaat uit een Philips-koplamp met twee gloeilampjes (hoofdlampje en bijlampje), een oude merkloze koplamp bij het voorwiel, een jaren '80 dynamo, een 3-standen-schakelaar op het stuur en een oud merkloos achterlicht - al met al een heuse installatie die door diverse soorten elektrodraad uit voornamelijk de jaren '60 aan elkaar hing. Het schema rechts geeft de situatie weer hoe de verlichting bij begin van de restauratie aangesloten was. De gloeilampjes waren deels gewone 6V-lampjes en deels voor 5V bestemd. Het is duidelijk dat Littooij - als elektrotechnicus - hier bepaalde bedoelingen mee had. Door de onderdelen goed te bekijken kon een reconstructie van de waarschijnlijke geschiedenis van de verlichting op het Kameel worden gemaakt.
|
|
||
| De
kleine, onderste koplamp en de achterlamp vormen volgens de reconstructie
de oudste verlichting op deze fiets, vermoedelijk al van 1929 of enkele
jaren daarna. Er staan geen merken op, en ook geen rijkskeurnummer zoals
dat vanaf 1938 voor achterlichten verplicht was. De oorspronkelijke dynamo
ontbreekt. Begin jaren vijftig kocht Littooij volgens zijn zoon een verchroomde Philips-koplamp met twee lampjes en een schakelaar bovenop. Het voorste deel (reflector) van deze lamp is nog aanwezig, het achterste deel is vermoedelijk ooit stuk gegaan. Littooij heeft toen de reflector gecombineerd met een bijpassend huis van een andere oude Philips-koplamp, die echter geen schakelaar had (zie foto rechts). Daarom kocht hij een schakelaar voor op het stuur, naar schatting rond 1960.
|
|
||
| De
vraag is nu alleen: gebruikte hij toen nog de oude koplamp naast de nieuwe
met twee lampjes? Dat is niet meer met zekerheid na te gaan. Het bijlampje
in de Philips-koplamp en het onderste lampje hebben een kleiner voltage
dan 6V en zijn dus bedoeld om vanuit de stuurschakelaar bijgeschakeld te
worden, in combinatie met de 6V-hoofdlamp die altijd brandt als de dynamo
draait. Ook het achterlichtlampje heeft 5V zodat het niet te zwak wordt
als er aan de voorkant twee lampjes tegelijk branden. Dat Littooij de
lampen zo geschakeld had dat zelfs alle drie koplampen tegelijk konden
branden lijkt onlogisch.
|
|||
| Ik
besluit om beide koplampen te gebruiken, al had Littooij de onderste sinds
de jaren '60 mogelijk niet meer in gebruik. De stuurschakelaar wordt zo
aangesloten dat in de nulstand alleen het hoofdlampje brandt en in de twee
andere standen óf het bijlampje uit de Philips-koplamp óf het kleine
lampje bijgeschakeld worden. De jaren '80 dynamo komt niet meer terug op de fiets omdat hij teveel "uit de toon valt". In plaats daarvan monteer ik een Philips 7403-dynamo van eind jaren '30 die ook uit de vroegere schuur van Littooij afkomstig is. Alle onderdelen worden gepoetst en met zwarte Hammerite-verf gelakt, de kabels worden vervangen voor moderne, zwarte draad. (Foto: gerestaureerde verlichting met oude bedrading.)
|
|
||
| Littooij
had een dubbele draad van de dynamo naar het achterlicht lopen (plus en
nul), en wel op een ietwat eigenwijze manier: door de bovenbuis en
vervolgens door de horizontale linkerbuis van de bagagedrager. Daarvoor
had hij zelfs gaten in frame en bagagedrager geboord. Om de nieuwe kabels langs dezelfde weg te kunnen trekken wordt een rijgpen van een kettingkast - beetje bijgebogen - als hengel gebruikt. Ook de Philips-koplamp was van een massadraad voorzien, zodat ik de hele verlichting maar met dubbele bedrading uitvoer. Dat levert wel een flink aantal kabels langs de balhoofdbuis op.
|
|
||
Copyright by
Herbert Kuner, © 2005 ...
All rights reserved.
Last update: 10-11-05