|
Voor
het biezen wordt eerst het gewenste biespatroon precies opgetekend. Voor
een zware fiets als deze moet het niet te "barok" en druk zijn.
Ook de lijndikte is van belang. Gewone toerfietsen hadden vroeger meestal
biezen van zo'n 0,8 mm breed. Bij professionele biezentrekkers zoals
die van Beugler
is zo'n wieltje inbegrepen. 1,0 mm is alweer te dik, behalve b.v.
voor een transportfiets. Beugler levert overigens ook speciale biesverf
mee.
|
|
||
| Concentratie is bij het biezen uitermate
belangrijk. Je moet daarvoor een moment van innerlijke rust kiezen en
verstoringen van buiten zover mogelijk uitschakelen (deur dicht, telefoon uitzetten
etc.).
Na de voorbereidingen worden de biezen uit de losse hand met de biezentrekker tot op het plakband getrokken. Zo worden problemen bij het aanzetten en weer stoppen met de biezentrekker vermeden. Nu moet de verf eerst een dag drogen. Dan komen de moeilijkere dwarsstrepen aan de beurt. Deze worden (deels) gedaan door de streep aan beide kanten af te plakken en in te kleuren.
|
|
||
| Om de voorvork
plat te kunnen leggen wordt in de rand van de biestafel een inkeping
gemaakt. Zo zijn de moeilijke parallele lijnen op de voorvork aanzienlijk
eenvoudiger om te doen. De spatborden en velgen zijn het makkelijkst omdat hier goed met een geleiding gewerkt kan worden.
|
|
||
| Het kale frame na
het biezen. Hoewel de genoemde collega-fietsenliefhebber ook een beginner
in "het vak" is mag het resultaat er zeker zijn!
|
|
Copyright by
Herbert Kuner, © 2005 ...
All rights reserved.
Last update: 05-09-05