|
Gazelle kettingblad |
|
|||||||||||||||||||||||
| Mobilisering en motorisering | ||||||||||||||||||||||||
Een kenmerk van de jaren vijftig en
zestig was de toenemende mobiliteit van de samenleving. In de eerste jaren na de oorlog
was er vooral vraag naar fietsen. Het fietsenpark was tijdens de oorlog tot onder de twee
miljoen gezakt. In de jaren vijftig maakte vooral de in 1948 geïntroduceerde bromfiets
een spectaculaire opgang, en vanaf de jaren zestig werd de auto het meest gewaardeerde
vervoermiddel (het personenautopark van Nederland steeg tussen 1960 en 1968 van een half
miljoen naar twee miljoen).
Door de toenemende schaalvergroting vond dus in de branche in de jaren zestig een grote golf van fusies en bedrijfssluitingen plaats. In 1966 waren er nog 36 bedrijven actief die zelfgebouwde frames afmonteerden tot fietsen en/of bromfietsen, tegenover respectievelijk 39, 42 en 45 rijwielfabrieken in 1964, 1962 en 1961. De belangrijkste concentratiebewegingen in de jaren zestig waren:
Ook aan de ontwikkeling van de kwaliteit van fietsen tussen 1960 en 1970 is te zien hoe het met de bedrijfstak ging. Naast de noodzaak om goedkoper te produceren was het ook definitief geen mode meer om een zware fiets "voor het leven" te hebben. Daarmee zijn de jaren zestig ook ongeveer de grens waarna degelijk en duurzaam gefabriceerde fietsen nauwelijks meer gemaakt zijn.
|
||||||||||||||||||||||||
| Saaie '70er - vernieuwende '80er | ||||||||||||||||||||||||
De technisch en ook qua uiterlijk minst interessante fietsen die tegenwoordig nog te zien zijn dateren over het algemeen uit de jaren zeventig. In de loop van de jaren tachtig steeg de belangstelling voor de fiets weer. Omdat de consument nu bereid was meer aan fietsen te besteden, gingen deze vooral in technisch opzicht weer vooruit. Het blijven echter produkten, die duidelijk niet gemaakt zijn om meer dan een beperkt aantal jaren mee te gaan. Tegelijk met de stijging van de kwaliteit van fietsen aan de bovenkant van de markt, daalde de kwaliteit van fietsen aan de onderkant van de markt.
|
||||||||||||||||||||||||
| Wat cijfers | ||||||||||||||||||||||||
Tegenwoordig zijn er nog maar een
handvol fietsfabrikanten in Nederland over. Van de grote, oude merken hebben alleen
Gazelle, Batavus, Union en Sparta het gered. Batavus is met 400.000 in Nederland
gefabriceerde eenheden per jaar inmiddels Gazelle als grootste voorbijgestreefd. Bovendien
heeft de Batavus-groep in Oktober 1999 Sparta (70.000 fietsen per jaar) overgenomen.
|
Copyright by
Herbert Kuner, © 1999 ...
All rights reserved.
Last update: 06-07-02